PIJN BEGRIJPEN

Pijn is complex en voor iedereen anders. Op deze pagina vind je een reeks video’s die op een heldere en toegankelijke manier uitleggen wat pijn is, hoe pijn ontstaat en waarom pijn soms blijft aanhouden. De video’s helpen je om beter te begrijpen wat er in je lichaam en brein gebeurt, en waarom pijn niet altijd betekent dat er schade is.

Daarnaast geven we een overzicht van de verschillende soorten pijn, zodat je beter kan herkennen welke vormen van pijn er bestaan en hoe ze van elkaar kunnen verschillen. Begrijpen wat pijn is, kan een eerste stap zijn naar meer inzicht, erkenning en grip op je eigen situatie.

Chronische pijn begrijpen

Waarom voelen we pijn?

De rol van de hersenen

Een overgevoelig alarm

Videomateriaal met dank aan Pain in Motion, een internationale onderzoeksgroep aan de Vrije Universiteit Brussel dat wetenschappelijk onderbouwde informatie over pijn toegankelijk maakt. Bekijk hun volledige videotheek.

LEES DE BROCHURE HIER

Een wetenschappelijk onderbouwde brochure die uitlegt wat pijn is, waarom ze kan aanhouden en wat je kunt doen om ze beter onder controle te krijgen. Ze is bedoeld als hulpmiddel voor jou, maar ook voor zorgverleners om pijn bespreekbaar te maken en te verduidelijken hoe je er invloed op kunt uitoefenen.

Soorten chronische pijn

Chronische pijn kan heel verschillende vormen aannemen. Om ze beter te begrijpen, kan je ze bekijken vanuit twee complementaire invalshoeken: de mechanismen die de pijn veroorzaken en in stand houden, en de aandoening of het lichaamsdeel waarop ze betrekking heeft. 

Chronische pijn wordt gedefinieerd als pijn die langer dan drie maanden aanhoudt. Ze kan het gevolg zijn van een andere ziekte of aandoening – men spreekt dan van chronische secundaire pijn – of zelf een aandoening op zich vormen: dat is de chronische primaire pijn. 

Begrijpen welk type pijn je hebt, kan helpen om beter onder woorden te brengen wat je voelt – en om samen met je zorgverlener op zoek te gaan naar de meest geschikte aanpak.

Chronische primaire pijn

Chronische primaire pijn is een aandoening op zich – ze is niet te verklaren door een andere identificeerbare pathologie. Ze gaat gepaard met emotioneel lijden en functionele beperkingen, en is verbonden aan een ontregeling van het pijnsysteem, dat overgevoelig en overreactief wordt (zie nociplastische pijn). 

Voorbeelden zijn fibromyalgie, het complex regionaal pijnsyndroom (CRPS) en chronische wijdverspreide pijn (chronic widespread pain). 

Dit type pijn is vaak moeilijk uit te leggen – en vooral moeilijk erkend te krijgen. Medische onderzoeken zijn immers vaak normaal, zonder zichtbare schade die de pijn kan verklaren in de ogen van de omgeving of de zorgverleners. Toch is de pijn reëel. Ze is het gevolg van een ontregeling van het pijnsysteem als geheel, zonder gelokaliseerde schade.

Een biopsychosociale aanpak – met pijneducatie, beweging, psychologische begeleiding, zelfmanagementstrategieën, medicatie en andere aangepaste behandelingen – kan een groot verschil maken. 

Chronische secundaire pijn

Chronische secundaire pijn is het rechtstreekse gevolg van een andere ziekte of een identificeerbaar letsel – bijvoorbeeld door weefselschade, zenuwirritatie of aanhoudende ontsteking. Ze maakt deel uit van het klinisch beeld van die aandoening. 

Voorbeelden zijn artrose of reumatoïde artritis (musculoskeletale pijn), endometriose of inflammatoire darmziekten (viscerale pijn), aanhoudende pijn na een operatie en kankergerelateerde pijn. 

De behandeling richt zich zowel op de onderliggende aandoening als op de pijn zelf, aangezien beide de levenskwaliteit beïnvloeden. Zelfs wanneer de oorzaak bekend is, kan de pijn eigen mechanismen ontwikkelen die verder gaan dan de oorspronkelijke aandoening. In alle gevallen blijft een biopsychosociale aanpak essentieel – chronische pijn, ongeacht de oorzaak, omvat altijd biologische, psychologische en sociale dimensies. 

Mechanismen van chronische pijn

Chronische pijn vloeit niet altijd voort uit hetzelfde proces. Begrijpen welk(e) mechanisme(n) een rol spelen  met andere woorden hoe de pijn ontstaat en in stand wordt gehouden  maakt het mogelijk om de aanpak beter te richten en te verklaren waarom bepaalde behandelingen meer aangewezen zijn dan andere. Dit domein is volop in ontwikkeling: een beter begrip van deze mechanismen is immers een sleutel tot nieuwe therapeutische benaderingen. 

Nociceptieve pijn

Nociceptieve pijn ontstaat door activatie van pijnreceptoren in weefsels zoals de huid, spieren, gewrichten of inwendige organen, bij een letsel of irritatie van die weefsels. Geactiveerd sturen deze pijnreceptoren waarschuwingssignalen naar de hersenen, waar de pijngewaarwording ontstaat om het lichaam aan te zetten tot bescherming. Denk aan pijn bij een ontsteking, een kneuzing of een botbreuk. 

Elke weefselschade gaat gepaard met een ontstekingsreactie – denk aan de zwelling van een enkel na een verzwikking. Tijdens die reactie komen stoffen vrij die de pijnreceptoren gevoeliger en reactiever maken, waardoor ze sneller reageren en meer signalen naar de hersenen sturen. Dit noemt men inflammatoire pijn. 

Nociceptieve pijn is vaak goed te lokaliseren en rechtstreeks verbonden met de aangetaste zone. Wanneer ze aanhoudt en chronisch wordt, kunnen andere mechanismen zich erbij voegen, waardoor ze diffuser en complexer wordt (zie gemengde pijn). 

Neuropathische pijn

Neuropathische pijn wordt veroorzaakt door een letsel of een stoornis van het zenuwstelsel zelf – niet door een aantasting van andere weefsels. De zenuwen en/of zenuwstructuren in de pijnbanen genereren spontaan of overdreven signalen, met abnormale gewaarwordingen tot gevolg zoals branderigheid, elektrische schokken of tintelingen, zonder dat er pijnreceptoren worden geactiveerd door een pijnlijke prikkel. 

Ze uit zich op verschillende manieren: spontane pijn zonder enige prikkel, pijn uitgelokt door een normaal pijnloze aanraking zoals het strelen van de huid (allodynie), of een overdreven pijnreactie op een normaal weinig pijnlijke prikkel (hyperalgesie). 

Voorbeelden zijn pijnlijke diabetische neuropathie, postherpetische neuralgie, en zenuwpijn na chemotherapie. 

In tegenstelling tot nociceptieve pijn signaleert neuropathische pijn geen actieve weefselschade. Ze vloeit voort uit pathologische mechanismen die worden uitgelokt door de beschadiging van het zenuwstelsel zelf. 

Nociplastische pijn

Bij nociplastische pijn is er geen geïdentificeerde schade – niet aan de weefsels (nociceptieve pijn), noch aan het zenuwstelsel (neuropathische pijn). Het zenuwstelsel functioneert echter op een abnormale manier: het versterkt pijnsignalen, en de hersenen en het ruggenmerg reageren overdreven of reguleren de pijnsignalen op een ongepaste manier. 

De mechanismen van nociplastische pijn zijn nog niet volledig opgehelderd. Ze staan centraal in de chronische primaire pijn en worden aangetroffen bij onder andere fibromyalgie, chronische lage rugpijn zonder duidelijke oorzaak, het prikkelbare darmsyndroom en blaaspijnsyndroom. Ook al zijn de medische onderzoeken normaal, nociplastische pijn is wel degelijk reëel 

Gemengde pijn

Bij veel mensen is pijn niet het gevolg van één enkel mechanisme, maar van een combinatie van nociceptieve, neuropathische en nociplastische mechanismen. Men spreekt dan van gemengde pijn. 

Zo kan iemand met artrose tegelijk nociceptieve pijn ervaren door ontsteking van het gewricht, neuropathische pijn door prikkeling van zenuwen, en een nociplastische component door sensibilisatie van de pijnbanen. 

In de praktijk komt gemengde pijn zeer vaak voor, vooral bij chronische pijn. Het identificeren en begrijpen van de betrokken mechanismen is een belangrijk thema in het huidige wetenschappelijk onderzoek – want een beter inzicht zou de weg kunnen openen naar gerichtere en dus doeltreffendere behandelingen.

Chronificatie

Acute pijn verdwijnt normaal gezien naarmate de weefsels genezen. Maar in sommige gevallen houdt ze veel langer aan dan verwacht  of ontwikkelt ze zich geleidelijk zonder duidelijke oorzaak. Dit proces noemt men chronificatie.

Een aanvankelijk nociceptieve of neuropathische pijn kan zo, in de loop van de tijd, een nociplastische component verwerven: het zenuwstelsel herconfigureert zich, wordt steeds gevoeliger en reactiever. Verschillende factoren kunnen dit proces bevorderen: biologische, zoals de dynamiek van de ontstekingsreactie of een genetische aanleg; psychologische, zoals angst of de herinnering aan vroegere pijnervaringen; en sociale, zoals isolement of gebrek aan steun. 

De belangrijkste vormen van chronische pijn

Chronische pijn kan zich op heel verschillende manieren uiten, afhankelijk van de betrokken zone van het lichaam of de context waarin ze optreedt. Deze vormen leren kennen helpt je om beter te verwoorden wat je voelt en om samen met je zorgverlener te zoeken naar de meest geschikte aanpak  elke vorm heeft haar eigen kenmerken en wijst naar specifieke benaderingen. 

Spier-, bot- en gewrichtspijn (musculoskeletale pijn)

Musculoskeletale pijn is pijn die ontstaat in het bewegingsapparaat, dus in de spieren, gewrichten, botten, pezen, ligamenten, of soms in de omliggende zachte weefsels.

Mogelijke oorzaken zijn onder andere:

  • Overbelasting (bijv. door repetitieve bewegingen of slechte ergonomie)
  • Letsel (verstuiking, spierscheur, kneuzing)
  • Ontstekingen (tendinitis, bursitis, artritis)
  • Degeneratieve aandoeningen (artrose)
  • Spierdisbalans of houdingsproblemen
  • Gebrek aan lichaamsbeweging en deconditionering  een weinig actief lichaam is kwetsbaarder voor musculoskeletale pijn; regelmatige beweging is omgekeerd een beschermende factor 
  • Stress en spanning, die spierpijn en verkrampingen kunnen veroorzaken 
  • Psychosociale factoren zoals angst, depressie, slechte slaapkwaliteit en moeilijke werkomstandigheden, die het ontstaan en voortbestaan van pijn kunnen bevorderen 

Musculoskeletale pijn kan door verschillende mechanismen worden veroorzaakt. Ze kan nociceptief zijn (gerelateerd aan ontsteking of weefselschade), nociplastisch (geassocieerd met een overgevoelig zenuwstelsel) en/of gepaard gaan met neuropathische pijn (door irritatie van een zenuw). 

Zoals bij elke vorm van chronische pijn, heeft chronische musculoskeletale pijn de neiging zichzelf in stand te houden. Het zenuwstelsel wordt gevoeliger en reactiever, waardoor pijn kan blijven bestaan, zelfs wanneer de weefsels hersteld zijn of de oorspronkelijke oorzaak verminderd is. De pijn weerspiegelt dan steeds meer een ontregeling van het pijnsysteem zelf, en niet enkel een probleem in de weefsels. 

Zenuwpijn (perifere neuropathische pijn)

Perifere neuropathische pijn is de meest voorkomende vorm van neuropathische pijn. Ze ontstaat door een letsel of aandoening van de perifere zenuwen – de zenuwen die signalen voor aanraking, warmte, koude en pijn naar het ruggenmerg en de hersenen geleiden. 

Beschadigde zenuwen worden overvoelig en sturen abnormale signalen: spontane pijn zonder aanleiding, allodynie (pijn door een normaal pijnloze aanraking) of hyperalgesie (overdreven pijnreactie op een pijnlijke prikkel). 

Frequente voorbeelden zijn pijnlijke diabetische neuropathie, postherpetische neuralgie na gordelroos en zenuwpijn na chemotherapie. 

Deze pijn kan het gevolg zijn van complexe mechanismen waarmee het zenuwstelsel probeert het verlies aan gevoeligheid te compenseren – en zo de waarschuwingsfunctie van het lichaam te behouden, ten koste van het ontstaan van chronische pijn.

Kanker-gerelateerde pijn

Kanker-gerelateerde pijn is pijn die ontstaat door kanker zelf of door de behandeling ervan. Het is dus geen apart type pijn, maar een verzamelterm voor alle pijn die samenhangt met kanker en de impact ervan op het lichaam. Vaak gaat het om een combinatie van verschillende pijnmechanismen (nociceptief, neuropathisch en soms nociplastisch). 

Mogelijke oorzaken zijn onder andere: 

  • een tumor die druk uitoefent op zenuwen, botten of organen (nociceptieve en/of neuropathische pijn) 
  • botmetastasen (nociceptieve pijn)
  • ontsteking of obstructie van organen (nociceptieve pijn) 
  • chirurgie littekenpijn (nociceptief), zenuwletsel (neuropathisch) 
  • chemotherapie – aantasting van perifere zenuwen (neuropathische pijn) 
  • radiotherapiebranderige huidpijn, late zenuwpijn (neuropathische)
  • immunotherapie –  gewrichtspijn of ontsteking (nociceptief) 
  • hormonale therapie spier- en gewrichtspijn (nociceptief) 

Hoofdpijn & aangezichtspijn

Hoofdpijn is pijn die wordt gevoeld in of rond het hoofd en ontstaat door activatie van pijngevoelige structuren rond de hersenen, zoals de hersenvliezen, bloedvaten, zenuwen en spieren van schedel en nek. Het hersenweefsel zelf bevat geen pijnreceptoren. 

Men onderscheidt primaire hoofdpijn (zoals migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn) en secundaire hoofdpijn (als gevolg van een andere oorzaak, zoals een infectie, trauma of onderliggende ziekte). 

Aangezichtspijn is pijn die zich manifesteert in het gezicht: wangen, kaak, neus, ogen, mond of voorhoofd. Ze kan verschillende oorzaken hebben, waaronder tandproblemen, sinusproblemen of musculoskeletale oorzaken (kaakgewricht). Ze kan ook primair zijn, zonder identificeerbare oorzaak. 

In sommige gevallen gaat het om neuropathische pijn, met name wanneer de nervus trigeminus beschadigd of geïrriteerd is, zoals bij trigeminusneuralgie of na gordelroos. 

Aanhoudende pijn na een operatie

Na een chirurgische ingreep reageert het lichaam op weefselschade met een ontstekingsreactie — een normaal fysiologisch herstelproces. De ingreep zelf en de ontsteking producerenen acute postoperatieve pijn. Een goede aanpak van deze acute pijn is belangrijk, omdat ze het herstel bevordert en het risico op chronificatie vermindert. 

In sommige gevallen verdwijnt de postoperatieve pijn niet zoals verwacht en wordt ze chronisch. Dit gebeurt wanneer de pijnmechanismen ontregeld raken. Er kan dan een neuropathische component aanwezig zijn door zenuwschade tijdens de ingreep, en/of een blijvende overgevoeligheid van het zenuwstelsel (sensitisatie), wat kan bijdragen aan een nociplastische component. 

Viscerale pijn

Viscerale pijn ontstaat in de organen van de borst- en buikholte, zoals maag, darmen, blaas, lever, longen of baarmoeder. Het gaat om een diepe, diffuse pijn die vaak moeilijk precies te lokaliseren is. 

 Mogelijke oorzaken zijn onder andere: 

  • ontsteking van een orgaan (bijvoorbeeld appendicitis, pancreatitis) 
  • uitrekking van de orgaanwand (bijvoorbeeld opgeblazen darm, volle blaas) 
  • ischemie (zuurstoftekort in een orgaan) 
  • krampen (bijvoorbeeld menstruatiepijn, galwegen, darmen) 
  • obstructie (verstopping of vernauwing van darmen of galwegen) 
  • viscerale hypersensitiviteit (zoals bij het prikkelbare darmsyndroom) 

Chronische viscerale pijn kan primair of secundair zijn. Secundaire chronische viscerale pijn is verbonden aan een identificeerbare onderliggende aandoening, zoals endometriose of de ziekte van Crohn. Primaire chronische viscerale pijn — zoals het prikkelbare darmsyndroom, chronische blaaspijn of chronische primaire bekkenpijn — is een aandoening op zich, erkend door de internationale ziektenclassificatie, waarbij geen organische oorzaak wordt gevonden. 

In beide gevallen kan het zenuwstelsel in de loop van de tijd overgevoelig worden en de signalen vanuit de organen versterken, waardoor de pijn een nociplastische component kan krijgen. 

Fibromyalgie en chronisch wijdverspreide pijn

Chronisch wijdverspreide pijn (chronic widespread pain) is langdurige, diffuse pijn die meerdere zones van het lichaam treft en vaak gepaard gaat met overgevoeligheid, vermoeidheid en wisselende klachten. Ze maakt deel uit van de chronische primaire pijn en is doorgaans verbonden aan een ontregeling van de pijnbanen – een nociplastisch mechanisme. 

Het is een klinische beschrijving van een patroon van uitgebreide pijn in het lichaam. Fibromyalgie is het bekendste voorbeeld, maar dit patroon kan ook voorkomen in andere contexten van chronische pijn, zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom of bepaalde vormen van chronische lage rugpijn.

Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS)

Het complex regionaal pijnsyndroom (CRPS) is een ernstig, langdurig pijnsyndroom dat doorgaans ontstaat na een letsel, een operatie of immobilisatie van een ledemaat. De pijn en de andere symptomen zijn disproportioneel ten opzichte van het oorspronkelijke letsel en houden veel langer aan dan verwacht. Naast pijn kan CRPS gepaard gaan met wijzigingen in kleur of temperatuur van de huid, zwelling, overmatig zweten, stijfheid en bewegingsproblemen van het betrokken ledemaat. 

De onderliggende mechanismen zijn complex en nog niet volledig begrepen. Niet alleen het pijnsysteem speelt een rol, maar ook het immuunsysteem, de bloedvaten en de motorische controle. 

Men onderscheidt twee vormen: 

  • CRPS type I (zonder aantoonbare zenuwschade) 
  • CRPS type II (met aantoonbare zenuwschade)